Na een aantal uren gereden te hebben staan we bij de Russisch – Mongoolse grens. Hier moet iedereen de bus uit, zijn spullen pakken en naar het douanegebouw. Eenmaal binnengekomen staat er een veel te norse en bazige douanebeambte iedereen toe te blaffen die over de, zeer versleten, rode streep stapt of als je niet op haar commando snel genoeg bij de bagagescanner bent. Om alles wat soepeler te laten verlopen gaat één van de buschauffeurs erbij staan en geeft de volgende in rij een seintje als het de bedoeling is dat je je bagage laat scannen.

Na de scan, waarvan ik me afvraag of dat ding überhaupt werkt, komt de Russische grens. Na een redelijk snelle controle zit iedereen weer in de bus om dit ritueel bij de Mongoolse grens te herhalen.

Twee uur later, onze bagage twee keer gescand te hebben, acht keer onze paspoort hebben laten zien en twee stempels later zijn we in Mongolië!

Het is al tegen half twee dus er is eerst een lunchstop. Het restaurant waar we stoppen had je zelf niet kunnen vinden. Een tot op de draad versleten betonnen (sovjet) gebouw waar op de begaande grond een (waarschijnlijk) appartement of twee kantoren plaats hebben gemaakt voor een restaurant. Ook hier zijn ze niet berekend op niet Russisch of Mongools sprekende bezoekers. Gelukkig stond er één plaatje op het menu en het zag er eetbaar uit. Dus dat was onze lunch.

Na deze stop zijn we doorgereden naar de hoofdstad, Ulan Bator. Over de meest slechte wegen die je ooit hebt gezien. De meeste zandpaden in Nederland zijn nog beter onderhouden en begaanbaar. Ze hebben het landschap lichtjes aangeschoven en daar asfalt over gesmeerd. Ieder hobbeltje, putje bobbeltje en uitstekende stukken steen zijn gewoon door het asfalt heen zichtbaar en voelbaar. We hebben ook gezien hoe ze de wegbelijning aanbrengen. Dat doen ze over stukken van 25 meter. Een mannetje staat aan het begin en einde met een lijntje over de weg. Daartussen lopen drie mannetjes met een blik verf en een roller. De stagair krijgt een mal mee, dan weet hij hoe breed en lang de strepen moeten worden.

Het landschap hebben we vanaf Rusland al langzamerhand zien veranderen. De bergen/heuvels worden glooiender en er staan steeds minder bomen. Het landschap blijft daarbij wel echt groen. En Mongolië kom je dan al snel de eerste “ger” tegen. De ger is een ronde tent waar de nomaden in leven. Over het algemeen zien we dat er twee ger’s bij elkaar staan. In de buurt van de ger is veel vee dat ook regelmatig de weg oversteekt. Denk aan koeien, geiten, schapen, paarden en kamelen. De yak hebben we onderweg niet gezien.

Na veel filmpjes en foto’s van het landschap te hebben genomen komen we rond acht uur s’avonds aan in Ulan Bator. De hoofdstad ligt in een vallei omringd door vier bergketens. In de verste verte is Ulan Bator geen mooie stad te noemen. We waren echt verbijsterd hoe lelijk en chaotisch deze stad is.

Om je een idee te geven.

Bouwstijl: veel wat er gebouwd is, is in traditioneel sovjetstijl gebouwd (hoge grijze woontorens van tweedehands kwaliteit). Omdat ze naast de ger’s alleen deze stijl kennen worden ook nieuwe gebouwen naar dit voorbeeld opgetrokken.

Verkeer: alle wegen die we van Rusland naar Ulan Bator hebben gezien waren enkelbaans (één heen en één terug). In de hoofdstad is het geregeld vierbaans wat wordt gebruikt als zesbaans. De auto’s en bussen die er rijden zijn afgedankt uit Europeese of Aziatische landen. Alles wat in Nederland echt niet meer de weg op mag rijd hier. Rammelend, ratelend, schommelend, claxoneerend en zwarte rook uitstotend verkeer dat zich op een chaotische manier in één lange file door de stad heen worstelt.

Industrie: er staan een aantal grote fabrieken in dezelfde vallei waar Ulan Bator staat. Dus de rook van de kolencentrale die de elektriciteit voor de stad produceert, blijft gewoon lekker hangen in de vallei omdat deze is omgeven door 4 bergketens.

Maar gelukkig kwamen we niet naar Mongolië om Ulan Bator te bewonderen.

Eenmaal uit de bus worden we overvallen door de vele taxichauffeurs en touroperators. Iets waar we ons niet op hadden voorbereid omdat we in Rusland redelijk met rust gelaten worden. Eenmaal door deze massa heen en de tassen gevonden te hebben is een taxichauffeur zo gevonden voor het laatste deel van onze reis voor vandaag. Bij de grens hebben we al gepind en we weten wat de taxi naar het hostel ongeveer moet kosten. Eenmaal bij het hostel afgezet begint het standaard taxi chauffeur trucje. De prijs was per persoon. Dus wij vallen is onze standaard nare taxichauffeur routine, Jorieke stapt de auto uit om de tassen te pakken terwijl ik de kerel bezig hou. Daarna stap ik uit om mijn tas op de rug te doen en geef die man geld. Stom, uiteraard niet gepast dus we kunnen naar het wisselgeld fluiten. Ook nu begint de kerel weer te emmeren en naar “de rest” van het geld te vragen. Na hem naar het wisselgeld te hebben gevraagd en aanstalte te hebben gemaakt om het geld terug te pakken maakt hij dat hij wegkomt.

Stom we moeten er na Rusland echt weer rekening mee gaan houden dat we als rijke toerist worden gezien. Iedere keer als ons dit overkomt dan maak ik me er bozer en drukker over dan ik zou moeten.

We verblijven bij Lotus Guesthouse. Erg goede accommodatie met vriendelijk en Engels sprekend personeel. Na even opgefrist te hebben gaan we even opzoek naar een nieuw hotel in Ulan Ude voor we gaan slapen. De volgende ochtend om 9.00 uur worden we opgehaald voor onze drie daagse excursie door Mongolië.

 Dag 2 Mongolië – 6 sept 2015

Om precies 9.00 uur worden we door onze chauffeur (Byambaa) en gids (Bukhuu) opgehaald. De dag begint mooi. Met een aantal grote wollige wolken in de lucht en een graad of twintig. Voor de reis hebben we een acht persoons busje waar we met zijn vieren in zitten. Dat is geen overbodige luxe aangezien er veel bagage en andere spullen mee moeten voor de drie dagen. Eerst stoppen we kort bij het bureau waar we de excursie hebben geboekt. De eigenaar wilde ons persoonlijk spreken en we moesten het resterende bedrag, in Dollars, nog even betalen. Daarna gaan we richten het westen van Ulan Bator. Wel eerst even via de supermarkt waar de gids het eten en drinken voor de aankomende dagen nog moest kopen.

Deze dag zaten we veelal in de bus.  De afstanden zijn enorm en de wegen erg slecht. Tussen de middag hebben we langs de weg wat gegeten in een klein dorpje. Het eten in Mongolië is overwegend vet. Jorieke had een salade (wel gezond) en ik een rijkelijk gevulde (ik denk rund) vleessoep waar het vet nog op de brokken vlees zat.

Onderweg zijn we een aantal keren gestopt om foto’s te kunnen maken. Dit is het landschap wat wij voor ogen hadden bij Mongolië. Hele brede groene graslandschappen met hier en daar een stroompje. In het landschap zie je her en der ger’s en veel vee. Soms wordt het vee opgedreven door een man op een paard maar meestal zitten ze nu op een motortje.  Dit allemaal met op de achtergrond groene glooiende heuvels met daar weer achter bergketens. Boven dit hele landschap drijven er veel en grote wollige wolken in een anders strakblauwe lucht. Dit hebben we echt geprobeerd te fotograferen maar deze scenes zijn zo groot dat je ze niet kunt vangen. In dit plaatje zie je dan meestal een stuk of acht tot twaalf ger’s verspreid staan in het landschap. Let op, één familie minimaal twee ger’s en een familie heeft hier doorgaans vierhonderd stuks vee!

Aan het einde van de middag komen we bij onze eerste bestemming aan, de zandduinen. Tussen twee bergketens is daar ineens geen groen glooiend landschap maar gele, hoge zandduinen met her en der een bosje.

Als we uit de bus stappen kunnen we direct op de kameel stappen! Jorieke en ik hebben op een echte kameel door de duinen heen gelopen. Uiteraard heeft de begeleider van de kameel een aantal uitgebreide fotosessies ingelast.

Ik  heb in Marocco, in de Sahara, op een dromedaris gezeten. In tegenstelling tot een dromedaris heeft een kameel twee bulten en is hij wollig! Ook schommelt een kameel minder dan een dromedaris en omdat je tussen de bulten zit, in plaats van voorop een grote bult, zit het een stuk comfortabeler.

Nadat we er, veel te snel, weer vanaf moeten rijden we door naar ons eerste onderkomen. We slapen bij een familie in een ger!

Na een korte rit zijn we bij de ger’s. De familie heeft er vier. Twee zelf en twee voor toeristen. In ons geval één voor ons en één voor de chauffeur en gids. Bukhuu begint met het eten en wij gaan even de zandduinen verkennen. Nadat we een eind hebben gelopen en foto’s hebben gemaakt vanaf de hoogste en dichtstbijzijnde zandduin gaan we weer terug. Het eten is nog niet af. Bukhuu denkt dat het vanavond koud kan worden. Dus zetten we de houtkachel in de ger en sluiten het rookkanaal aan. Vervolgens krijgen we de instucties om hout voor de kachel te gaan zoeken. Als we klaar zijn zal zullen we waarschijnlijk wel kunnen eten.

Nadat Jorieke en ik onze bedden hebben opgemaakt gaan we opzoek naar hout.... Tussen de zandduinen.

Maar gelukkig, niet ver weg, liggen er twee kleine dode berkenbomen. Nadat we die met nog wat kleiner sprokkelhout terug hadden gesleept kan ik er kleine stukken van hakken. Tegen die tijd was het eten inderdaad bijna klaar. We hebben nog even gepokerd met de chauffeur. De chauffeur sprak geen engels en hield wel zijn eigen set regels aan voor Texal hold’m. Maar goed wat hij wil. De eerste potjes had hij gewonnen maar daarna had ik hem door. Na een paar potjes was het eten klaar. Bukhuu had een traditioneel gerecht gemaakt. Een soort stevige, dikke noodles (die een beetje deden denken aan dunne tagliatelle) met aardappel, ui, wortel en vlees. Het vlees was ooit gevriesdroogd en we denken dat het ooit rund moet zijn geweest. Dit allemaal met een flinke scheut olie. Het was een erg goede en stevige maaltijd. Na het afwassen, ik had even aangeboden om hem te helpen, heb ik geprobeerd contact met hem te maken. Een echt gesprek hadden we nog niet met ze gehad. Bukhuu begon wat meer te vertellen over de ger’s en het leven als nomaad.

Hij is de jongste zoon uit een traditioneel gezin. Iedere winter gaat hij nog naar het noorden van Mongolië om zijn vader te helpen met het vee en de voorbereidingen voor de lente en zomer.

De ger wordt (traditioneel) geschonken tijdens het huwelijk. Het is me niet helemaal duidelijk of de ouders van de bruid of bruidegom dit doen. Hoe rijker de familie, hoe groter en mooier versierd de ger. De ronde wand van de ger bestaat uit vier delen. Daar bovenop liggen de “ribben” van het dak die in het midden samenkomen in een soort houten wiel (voor iedere rib is er een uitsparing in het wiel). Dit wiel wordt weer ondersteund door twee palen. Over het algemeen worden de ribben en de deuren versierd. De wanden worden geïsoleerd met een soort vilt en canvas om het waterdicht te maken. In de winter krijgt de ger een dubbele laag.

De indeling van de ger is alsvolgt. De deur zit op het zuiden bij binnenkomst is de rechterkant (op het westen) de kant van de man. Daar worden de spullen voor het paard zoals zadel, bit en stijgbeugels ook bewaard. Op het noorden is de religieuze plek/altaar. En links (het oosten) is de kant van de vrouw waar het kookgerei e.d. worden bewaard. In het midden (net voor de twee palen) staat de houtkachel.

De bijgeloven: je mag nooit tussen de twee palen doorlopen op de drempel staan of de bovenkant van  het kozijn van de deur vasthouden. Waarom kon hij ons niet uitleggen.

De Mongool is overwegend boeddhistisch of aanhanger van het oude shamanisme. Vandaar dat je daar op de weg vaak heuveltjes van steen tegen komt met een paal (of iets dergelijks er in) met gekleurde linten. Dit zijn offer plaatsen voor de geest die de berg bezit. Hier kun je een offer brengen en vragen om een veilige doorgang.

Na wat met ze gepraat te hebben begint het donker te worden en het werd ook al sneller echt koud buiten. Dat betekend de kachel aansteken en naar bed. Volgende ochtend gaan we weer bij tijds weg.

Toen we naar buiten keken zagen we het vee vanuit zichzelf teruglopen naar de omliggende ger’s. Als eerst de geiten en schapen en tegen de tijd dat het bijna donker was ook de koeien. Volgens Bukhuu was dit heel normaal en moesten alleen de paarden aan het einde van de dag teruggedreven worden.

Nadat Bukhuu onze kachel had aangestoken en er teveel hout op had gedaan ging hij naar zijn ger. Jorieke en ik hebben nog even lekker bij de kachel gezeten en ik nog even voor het vuur gezorgd.

Omdat het echt (te) warm was is de ger hebben we er beide niet zo op gelet dat we ons warm aankleden voor we in bed gingen liggen.

 Dag 3 Mongolië – 7 sept 2015

Halverwege de nacht toen de kachel uit was werd het echt heel koud. Ik heb nog overwogen om de kachel weer aan te steken maar het was te koud om uit mijn slaapzak te komen. Ik heb alles dichtgeritst en er nog iets overheen gegooid om nog maar even te kunnen slapen.

Die dag was het weer half bewolkt met die mooie grote wollige wolken en tot twintig graden. We waren vanwege de kou dus beide vroeg wakker. Toen ik voor het eerst naar buiten stapte lag al het vee nog naast de ger’s. De eerste koeien maakte aanstalte om weer op pad te gaan. Heel bijzonder om zo veel vee om een paar ger’s te zien liggen.

Bukhuu had het ontbijt al klaarstaan waardoor we weer snel verder konden. Vandaag op de agenda het Khustai nationaal park waar de przewalskipaarden vrij rondlopen. Wat er zo speciaal is aan het przewalskipaard? Dit paard is evolutionair gezien nog één stap voor het moderne paard en is helemaal uitgestorven geweest in Mongolië. Dankzij een fokprogramma dat is opgezet door een Nederlander en een Mongool met paarden uit dierentuinen in Oekraïne en Duitsland is er nu weer een grote populatie przewalskipaarden in Mongolië. Regelmatig worden er nieuwe paarden uit andere bloedlijnen vanuit andere dierentuinen geïntroduceerd om inteelt te voorkomen.

Na een rondleiding en introductievideo in het bezoekerscentrum zijn we het park ingegaan. Als we geluk hebben zouden we die dag nog przewalskipaard kunnen zien.

Na nog geen tien minuten het bezoekerscentrum te hebben verlaten denkt Byambaa een paard te zien. We gaan de bus uit en lopen een berg op. Net als we over een richel stappen zien we het eerste paard en hoe verder we lopen hoe groter de groep. In totaal één mannetje, acht vrouwtjes en een veulentje. Absoluut niet schuw maar echt dichtbij mogen wij niet komen. Aan de overkant op een andere berg nog vier groepen paarden.

We lopen terug naar de bus om even te lunchen en onze weg daarna voor te zetten naar onze laatste bestemming. Maar er schijnt iets niet goed aan de bus te zijn. Byambaa kan de papieren niet vinden en de kans op controle van de politie in Ulan Bator is groot dus hij wil van vervoer wisselen. Hoe hij het heeft geregeld weet ik niet meer even later rijden we in een  Lexus RX 350 (SUV) door Ulan Bator naar onze laatste bestemming. Net ten noorde van de hoofdstad ligt Terelj nationaal park en een boedistisch klooster. Dit klooster was bekend voor het mediteren. Hier konden de monniken op een soort meditatie challenge. Dit duurde honderd en acht dagen en als je die had volbracht had je een bepaalde stap richting verlichting volbracht.

Toen we aankwamen was het al aan het einde van de dag. We zijn eerst naar een heilige bergformatie gegaan, de “schildpadberg”. Daarna zijn we doorgegaan naar ons volgende onderkomen. Een ger in een klein campingparkje. Terwijl Bukhuu het eten maakt gaan wij weer even lopen. We lopen de berg op richting het klooster. Maar omdat het laat is gaan we niet het complex op. Zodra we terug zijn is het eten wederom klaar.

Die avond hebben we in de ger weer de houtkachel aangestoken. Dit keer hadden we een beter bed en houtkachel. Dus wat minder hitte uit de kachel gehaald en een extra deken op bed gelegd.

Dag 4 - Mongolië – 8 sept 2015

De volgende ochtend was het weer koud, de auto was dichtgevroren en op de daken van de ger's was de ochtenddauw aangevroren. Het weer de rest van de dag was hetzelfde als de dagen ervoor. Als de zon er is, dan is het lekker, als die weg is is het net een beetje fris.

Die dag zouden we gaan paardrijden. Maar eerst naar het klooster. Met onze gids lopen we weer de berg op richting klooster. Daar aangekomen is er een steile trap omhoog met allemaal borden ernaast met boeddhistische spreuken. Bovenaan de trap (toch wel tien minuutjes lopen). Staat een klein templetje met een groot gebedswiel. Dit wiel heeft een soort wijzer bovenaan (vlak onder het plafond) en op het plafond een wiel met allemaal nummers tot honderdtachtig. Als je aan het gebedswiel hebt gedraaid en het komt tot stilstand bij een nummer. Dan kan je op het complex de spreuk opzoeken. We lopen vervolgens verder naar het klooster toe. Dit klooster is niet meer gebruikt en is er alleen nog maar voor toeristen. Omdat er verder niemand is kunnen Jorieke en ik even rustig rondkijken en krijgen we van Bukhuu uitleg. Na het klooster lopen we naar een meditatiegrot. Hierin konden monniken zich terugtrekken als al die mediterende andere monniken ze teveel werd.

Na het complex te hebben bezocht gaan we weer terug. Want we gaan nu in de omgeving paardrijden. We hebben al een aantal keren eerder bij Bukhuu aangegeven dat Jorieke en ik niet kunnen paardrijden. Ik heb het hem duidelijk geprobeerd te maken met een vergelijking. Zei leren op hun zesde paardrijden en wij zwemmen. Maar goed... Nog maar eens duidelijk aangegeven met de vraag of het niet gevaarlijk kan zijn als wij zomaar op een paard gaan zitten en proberen te gaan paardrijden zonder enige ervaring.

Daar zag die dan wel het gevaar van in. Dus hij kwam met het voorstel om dan wat minder lang te gaan maar dan wel met begeleiding voor hetzelfde geld. Prima... Hij zou het regelen en hij vroeg ons heel even te wachten.

Intussen was er al een groot gezelschap bij de paarden bezig. Dit duurde en duurde dus wij zijn maar eens even gaan kijken. Er waren een aantal mensen (inmiddels inc. onze chauffeur en gids) paarden aan het bepakken met veel bagage. Er bleek nog een stel te zijn die een meerdaagse trekking ging doen.

Wij zijn even naar ze toe gegaan om een praatje te maken. Het bleek een Belgisch stel te zijn die door Mongolië een aantal dagen een trekking gingen maken en daarna met de trein verder te reizen naar Beijing, Shanghai en HongKong.

Maar er was één iets wat er niet klopte. Ze gingen samen met een gids en vertaler de bergen in en nemen twee paarden mee om al hun spullen te dragen. Maar er was één ervaren persoon bezig om de paarden in bedwang te houden terwijl er twee, even ervaren, personen de paarden aan het beladen waren. Dit ritueel moesten zei zelf iedere ochtend vanaf nu gaan doen. Ik hoop dat alles goed is gegaan met ze.

Toen de paarden bijna klaar waren kwam onze begeleider er met onze paarden aan. Onze eerste ervaring in jaren met een paard. Gelukkig zijn die paarden daar niet zo groot als hier. Omdat ze vastzaten aan een lijn achter de begeleider aan, botste mijn paard regelmatig tegen die van Jorieke op of die van de begeleider. Een hele leuke ervaring om daar door de bossen met een paard te lopen. Uiteraard hebben we ook even de gelegenheid gekregen voor een fotomomentje.

Daarna was het klaar en gingen we terug naar in Ulan Bator. Eenmaal weer terug in het Lotus Guesthouse besluiten we toch nog heel even Ulan Bator in te gaan. Nog even op jacht naar een souvenir. Dit keer hebben we gelukkig een mooiere kant van Ulan Bator gezien. Het centrum heeft een paar goede straten die niet worden gedomineerd door grijs beton.

Wat grappig is om te zien: na de val van het communisme heeft Mongolië grotendeels afscheid genomen van het cyrillische alphabet. Ze zijn weer meer in hun traditionele handschrift gaan schrijven en hebben als tweede taal de Engelse taal aangenomen. Alleen hebben ze niet door dat je verschillende woorden beter niet in combinatie met elkaar kunt gebruiken. Ze hebben daar namelijk nogal aparte namen (voor ons) zo hebben we de Mongollounge gezien en Anu’s shop en de Bat Lawyer firm.

 

Na het vinden van een leuke souvenir zijn we weer terug gegaan naar het hostel. We hebben een taxi voor morgenvroeg geregeld want om 7.30 uur gaat de schommelbus weer terug naar Rusland. Dat wordt weer ruim 12 uur schudden schommelen en klotsen met een afwisseling van uren wachten bij de douane.

Plaats reactie


Beveiligingscode
Vernieuwen