Namibië dag 6 –  Olivetrail 26 januari

Om half zeven gaat de wekker. Op tijd opstaan want het wordt een drukke dag. We rijden eerst vier en een half uur naar het Naukluft park. Hier is een mooie trekking door het landschap mogelijk. Als we bij de receptie aankomen vraagt de dame of we het wel echt willen doen. Het is vier á vijf uur lopen door moeilijk terrein en we moeten een kloof bedwingen waar ons enigste support een ketting is.

We antwoorden haar dat dit niet onze eerste trekking is en dat we deze willen doen. Ze vraagt ons wel of we na afloop even langs de receptie willen rijden om ons af te melden, dan weet ze dat we weer veilig terug zijn.

Nadat we onze “vergunning” hebben gekocht rijden we naar het begin van de route. Eerst eten en drinken we wat voor we vertrekken. We zijn gelukkig wel zo scherp om naast de camera’s wat extra eten en een paar liter water in de rugzak te stoppen. Nadat we zijn omgekleed en bepakt beginnen we aan de route. De route begint met een bergpasje die steil omhoog gaat. Het pasje is bijna niet te zien maar de wegmarkering wordt aangegeven met witte voetjes op stenen. Soms is het even zoeken naar de volgende voetstapjes maar we vinden onze weg. Het landschap is dor, de begroeiing is laag op een aantal menshoge struiken na. Hier en daar zien we zebra’s die ons goed in de gaten houden en als ze ons zat zijn rennen ze voor ons weg.

We klimmen het eerste deel echt helemaal naar de top van het plateau. De eerste twee kilometer van de trekking die ruim tien kilometer lang is gaat naar deze top. Eenmaal boven voelen we het goed in onze benen.

Vanaf hier hebben we mooi uitzicht over de omgeving. Als we eenmaal om het plateau lopen beginnen we met de afdaling. We dalen af door een rotsachtige, opgedroogde rivierbedding. We lopen het en moment over een rotsbodem, daarna over los zand en een paar meter verder over losse stenen.

Af en toe is de afdaling zo stijl dat we ons langs de stenen naar beneden moeten laten zakken. Het is inmiddels drie uur geweest en het is snoeiheet. Inmiddels worden we omringd door hoge steile rotswanden en staat er weinig wind. De zon staat nog steeds hoog in de lucht.

Als we wat verder zijn en de rotswanden nog hoger worden waardoor de eerste schaduw groot genoeg is om even verlichting van de zon te vinden zien we ook weer de eerste serieuze begroeiing. Midden in de rivierbedding staat een grote boom. Een heel bijzonder aanzien. Af en toe zien we ook grote bomen die tegen de rotswanden omhoog groeien.

Na zeven kilometer lopen zien we de eerste kleine plasjes water. Het begint met water in kleine scheuren in de bodem onder rotsen, maar naar verloop van tijd worden de plassen groter tot we een echt obstakel tegenkomen. We staan voor een richel. Drie meter onder de richel zien we een grote plas liggen. Deze plas is donkergroen van kleur en we hebben geen idee hoe diep die is. Er is geen optie om naar beneden te klimmen. Links en rechts van de richel hangt een ketting van schakels. De ketting rijkt tot net voorbij de plas, maar hangt drie meter boven de grond. De ketting bied houvast,  maar waar zet je je voeten? De rand is bijna geheel gladgeschuurd door het water wat hier blijkbaar doorheen heeft gestroomd. Jorieke gaat als eerste en probeert het rechter pad. Al snel loopt ze vast. Ze moet om een hoek heen waar de wand echt geen grip meer heeft.

Dan is het mijn beurt. Ik pak de linker ketting. Ook ik moet om een hoek heen maar deze kant heeft nog wel een smal richeltje waar ik mijn voeten tussen kan wurmen. De richel is ver onder de ketting en ik moet me helemaal uitstrekken om de oversteek te kunnen maken. Net na de bocht is er iets meer houvast dus ik neem plaats en wacht hier op Jorieke. Als Jorieke ook bij de bocht is aangekomen kan ze niet de zelfde richel als steunpunt gebruiken. Jorieke vind uiteindelijk een richel die veel hoger is en ook zei schuiffeld voorbij de richel. Maar nu staan we dus aan het einde van dit pad maar nogsteeds boven de groene plas. We moeten nog een klein stukje maar wel een verraderlijk stukje. We moeten ons nu om een volgende richel heen zwaaien. Ik houd de ketting stevig vast en check drie keer de kant die ik op moet. Het klinkt simpel maal als je eenmaal de zwaai inzet is er geen weg meer terug en we zijn niet gezekerd. Onwennig verplaats ik mijn gewicht de kant op die ik wil en zwiep om de richel heen. Maar na deze richel houd het op dus kies ik voor een onwennige afdaling. Na wat glibberen en glijden sta ik naast het groene watergat aan de grond. Wat ben ik opgelucht! Nu kan ik Jorieke helpen met het plaatsen van haar voeten in de juiste richel.

Voet voor voet schuift Jorieke voorzichtig naar beneden tot ze d’r zelf helemaal uitgestrekt heeft. De laatste paar centimeters kan ik d’r opvangen als ze de ketting loslaat. Zo... dat hadden ze wel iets beter aan kunnen geven. Vooral omdat dit op kilometer zeven is en teruglopen op dit uur een beetje onrealistisch is.

Iets verderop is een bronnetje met redelijk wat water in kleine poeltjes. Het stikt hier van de dierensporen. Waar veel antilopen en zebra’s samenkomen zien we ook de sporen van een grote kat. De eerste tekenen zijn, zijn pootafdrukken in het losse zand. Zijn uitwerpselen om zijn terratorium af te bakenen en daarna een stuk poot van zijn laatste maaltijd. De hoef en de huid zitten nog om de poot. Iets verderop zie ik een “wild camera” aan een boom hangen. Gaaf om hier te lopen. Ik overweeg nog even om de geheugenkaart er uit te halen om te bekijken wat er op staat, maar laten we dat maar niet doen.

De rivierbedding wordt breder en de rotswanden worden lager. We moeten nog steeds over grote stenen heen klouteren en daarna laten we ons zakken zonder houvast om verder te komen. Als het landschap dan echt vlakker wordt lopen we richting de parkeerplaats. We hebben in vier en een half uur ruim elf kilometer gelopen. Prima te doen, maar ook wel een uitdagende route.

Als we bij de auto zijn kleden we ons weer om. Lekker de schoenen verruilen voor slippers en we rijden naar de receptie. Eenmaal bij de receptie aangekomen zien we dat die inmiddels gesloten is... Nou dat was lekker geruststellend.

We rijden door naar de plaats Sesriem, nog zo’n anderhalf uur rijden. Best een beetje pittig na de dag die er al op zit. Als we aankomen rijden kiezen we op de NWR camping een mooie plek uit. De NWR campings zijn campings van de overheid en staan over het algemeen bij c.q. in nationale parken. Deze NWR camping staat voor de ingang van de Sossesvlei. We zetten snel de tent op en duiken nog even voor het donker wordt in het zwembad.

Die avond eten we wat in het restaurant, omdat we te moe zijn om nog te koken. We praten wat met een van de restaurant werknemers. De volgende ochtend willen we de zonsopkomst in de Sossusvlei zien. Maar hoe laat kunnen we dit natuurpark in en waar moeten we zijn?

Hij pakt de kaart erbij en legt ons het park uit. Ergens om vijf uur s’ochtends gaat het hek open. Dan kunnen we naar duin vijfenveertig rijden of doorijden naar de Dead vlei. Duin vijfenveertig is de meest gefotografeerde duin van Namibië en je kunt er omhoog lopen. Dead vlei is een paar kilometer doorrijden. Als het asfalt ophoud moet je nog vijf kilometer en dan kunnen we daar wellicht de mooiste zonsopkomst van de omgeving zien. Hij vraagt ons nog wel of we een goede vierwiel drive auto hebben en geeft ons de tip mee om de banden grotendeels leeg te laten lopen. Anders komen we gegarandeerd vast te zitten.

De locals hebben ons wel vaker de meest nuttige info gegeven. Dit soort dingen lees je niet vaak in een gids of in de lonley planet. We zetten de wekker op aanraden van de man extra vroeg en geven de hem een goede fooi. Eerst lekker slapen. 

Plaats reactie


Beveiligingscode
Vernieuwen